2015 9 Clonmel - Kilsheelan

Vrijdag 24 juli Etappe 20
 
 
Na gisteren een dag reizen staan we tegen 9 uur 's morgens weer bij de Main Guard in Clonmel. Marion heeft sandalen aan ondanks de miezerregen. Ze heeft namelijk een ontstoken teen en daarom hebben we die hier gekocht, net als een zalfje bij een apotheek. Het wordt nog spannend om te zien hoe ver we kunnen komen. Hopelijk blijft het verbeteren.
 
Het duurt even voor we iemand vinden voor de startfoto: Clonmel is voor Ierse begrippen dan wel een grotere stad, het is op vrijdagmorgen nog altijd een heel rustig dorp. We lopen naar de Suir kade en daar gaan toch al snel de regenbroek en –jas aan en de rugzakhoes over de rugzak. De miezerregen blijft namelijk door gaan.
 
Langs de rivier lopen we over het towpath stroomafwaarts. Er zijn relatief veel wandelaars en joggers hier. Het is een stuk drukker dan in het centrum. Het lopen gaat Marion goed af, dus het begint er op te lijken dat we vandaag de hele geplande route kunnen lopen. Mooi zo! Na een kleine omleiding over de grote weg komen we bij de brug over de Suir met een ruïne op de andere oever. Dit gaat de goede kant op! We komen ook eindelijk de routepaaltjes en borden met Munster Way weer tegen, terwijl we toch al dik vier kilometer over de route hebben gelopen.
 
Over een verhard en nog redelijk druk bereden weggetje is het door bos flink omhoog naar Harney’s Crossroads: een hooggelegen kruispunt van weggetjes en een boerderij. We zitten hier op 8 km. en besluiten naar camping Powers the Pot te lopen. Dat is een kilometer heen en een kilometer terug extra, maar waarschijnlijk wel een kop thee of soep binnen. Net voordat we er zijn komt een man in auto langs en die zegt dat we aardig van de route af zijn. Op mijn antwoord dat ik hoop bij Powers the Pot een kop thee of soep te kunnen krijgen, zegt hij dat hij zeker voor thee kan zorgen. De eigenaar dus.
 
De camping is leeg en hoewel de kantine/pub in zo’n oud Iers laag huisje met rieten dak heel mooi is, moeten we met hem mee naar binnen, naar zijn keuken. Uiteindelijk zitten we daar meer dan een uur aan de thee met shortbread over van alles en nog wat te praten. Neill is behoorlijk ontwikkeld en weet heel veel van de regio, de Munster Way en megalieten. Door zijn scheiding loopt het nu even niet zo goed, maar je merkt dat hij toch alweer bezig is om zijn camping nieuw leven in te blazen. Het blijkt trouwens Ierlands hoogst gelegen huis te zijn. Leuk.
 
Nadat we voor zijn zoon wat geld hebben achter gelaten (hij wil zelf niets voor de thee), laten we buiten de regenbroek en –jas uit, want het is opgeklaard. Nu volgt een lange afdaling door bos naar Kilsheelan. Dat leek op de kaart saai, maar er volgt eerst een standing stone waar we lunchen, dan twee herten die het bos in vluchten en vervolgens een kilometer lange uitzichtweg met rechts prachtige ruwe bergen. Het zijn de Comeragh Mountains, goed voor bijna 800 meter hoogte.
 
Omdat we nu van Neill weten waarom de route nog eens drie kilometer omloopt (omdat er een vervelende Engelsman heeft gewoond die iedereen de stuipen op het lijf joeg), snijden we nu een stuk af (hij woont er namelijk niet meer). Uiteindelijk halen we vandaag door het uitstapje naar Powers the Pot toch nog 16½ km. vandaag en dat is gezien Marion’s teen meer dan we gisteren verwachtten.
 
Al rond half vijf komen we aan in Kilsheelan, over zo’n mooie boogbrug en langs een met gras bedekte heuvel: de motte waar honderden jaren geleden de Normandiërs zaten. In Nagels Bar worden we door de barman en drie bezoekers hartelijk welkom geheten. Het is een behoorlijk grote pub met veel zitjes, dus prima voor vanavond. Terwijl Marion een douche neemt en een dutje doet, begin ik beneden aan het verslag. Er is behoorlijk wat verloop qua volk hier, veel lopen binnen, drinken er een en zijn weer weg, maar sommigen volharden. Net als in de meeste andere Ierse pubs wordt niet veel met elkaar gepraat. Dat blijft toch wat vreemd.
 
Tegen zeven uur krijgen we onze prima vegetarische lasagne met salade en na nog wat drankjes gaan we tegen half elf naar bed. Marion gaat tussendoor nog de oude begraafplaats aan de overkant van de weg bekijken. Ik maak er een grapje over naar de barman, dat ik best een lugubere vrouw heb die zo’n voorliefde heeft voor oude kerkhoven en dat hij wel zal begrijpen dat ik slecht slaap.